Holiday (1938) / A Thousand Clowns (1965) / Brutti, Sporchi e Cattivi (1976)
Met moeite wordt papa gelijmd voor een huwelijk. Totdat Case zijn 'wilde idee' openbaart: lang op vakantie gaan omdat hij nu nog jong is. Dat slaat minder aan bij Julia, maar wel bij haar zusje Linda. 'If he wants to come back and sell peanuts, oh, how I'll believe in those peanuts!'
Het geestige begin is mij iets liever dan het tragische einde, maar desalniettemin charmeerde en ontroerde de film me helemaal. Dankzij passages als: 'Ik ben het zwarte schaap.’ ‘Bèèèh...’ ‘Dat is een geit.’ Of knotsgekke acrobatische stunts, of momenten dat je Linda voor het eerst ziet staren naar Case en beseffen: ik ben verliefd op de vriend van mijn zus en ik kan er helemaal niets aan doen.
De setting van het verhaal is net als in Philip Barry's The Philadelphia story een ontzaglijk rijke familie. Dat levert natuurlijk weer de nodige spot op. Door de immense rijkdom zijn de familieverhoudingen erg stroef geworden. Het enige moment dat er magie is in het grote huis, is in het 'speelkamertje', waar niemand zich van grote rijkdom bevindt. Zoonlief is niet voor niets de hele tijd zat. 'Niets leeft hier,' sombert hij.
Het wonderlijke van Holiday is dat met deze ironische en ontspannen stijl Cukor zijn tijd ver vooruit was. De film toont pakkende emoties en gevoelens die je eerder in de romantische komedies van vandaag de dag zou verwachten. Maar deze film is al vijfenzeventig jaar oud en heeft de tand des tijds makkelijk doorstaan.
Dat is vooral te danken aan de frisse karakterschetsen. Johnny Case's karakter zit Cary Grant als gegoten: geestig, openhartig, opgewekt. Hij was zelden beter in vorm. Datzelfde geldt voor Katherine Hepburn’s Linda. Ze is gek het ene moment, ontroerd het andere moment, en daarmee heel wat meer vrouw dan je vaak ziet in romantische films. De film legt de charme van de film bij de 'outcasts' en het is dat punt misschien waar de mensen in die tijd niet helemaal doorheen kwamen.
Mysterieuze figuren
In A Thousand Clowns (1965) loopt een man graag rond over de lege ochtendstraten van New York en beklimt geregeld het Vrijheidsbeeld. De man kakelt filosofisch in het rond, en het jongetje dat bij hem loopt klaagt dat hij een baan moet vinden want ze hebben geen geld. Maar Murray is nou eenmaal geen conventioneel karakter. ‘Kijk, Nick, je gaat zometeen een verschrikkelijk fenomeen zien. De komst van de arbeiders.’
Hij is niet de makkelijkste, die Murray Burns, want banen weigeren gaat hem makkelijker af dan een keer ‘Ja’ te zeggen. ‘Waarom moet je persoonlijk blacklisted worden? Waarom word je niet blacklisted als een communist, zoals iedereen?’ Hij moppert wel erg fraai: ‘Alles is dan een soort tandartsafspraak, afgewisseld met af en toe in slaap vallen.’
Wie deze twee mysterieuze figuren zijn, komen we te weten via Albert en Sandra van de kinderbescherming, die de familie komen bezoeken. Murray is een doorn in het oog van Albert, die een ‘emotioneel stabiel klimaat’ eist voor Nick. ‘Als je nu kunt bewijzen dat je een verantwoordelijk burger bent!’ ‘Wat moet ik doen? Voor woensdag de Nobelprijs winnen?’
Maar tussen de leden van de kinderbescherming, Albert en Sandra, komt onenigheid. Sandra is namelijk wel gecharmeerd van Murray Burns en ziet niets loos met Nick. Albert kan het niet geloven. ‘Ik had het al gezegd tegen de leiding, je raakt veel te betrokken met de cliënten.’
Sandra is zo gecharmeerd dat ze maar bij Murray intrekt. De man van de kinderbescherming komt haar zoeken. ‘Waar is ze?’ roept hij. ‘In de kast,’ antwoordt Murray. ‘Ik bedoel: waar is ze?’ (Pauze.) ‘Nou, ik lieg niet, ze is in die kast.’ (Kast gaat open, kast gaat dicht.) ‘Dat is een ongewoon ding, meneer Burns, dat ze daar zit in die kast, zo dichtbij.’
Het acteerspel laat A Thousand Clowns glinsteren. Jason Robards speelt zijn ‘gekke karakter’ aangenaam kalm, en zie je een prettige parade van minder bekende acteurs als William Daniels (1772), Gene Saks (regisseur van o.a. The Odd Couple), Martin Balsam (Catch 22) en Barbara Harris (Dirty Rotten Scoundrels). Wonderbaarlijke rol ook van Barry Gordon, die Nick speelt met de stijl van een volwassene. Een latere topacteur, denk je dan, maar hij gebruikte zijn gaven om als politicus in het Congres te komen.
De film switcht virtuoos van komedie naar drama, met soms een nauwelijks te volgen montage, dat je al snel beseft: dit is een van die pareltjes, onbegrijpelijk genegeerd door de filmgeschiedenis. De maker hiervan, regisseur Fred Coe, kwam desalniettemin niet verder dan twee films. In beide verhalen speelt een verlangen naar vrijheid een grote rol. Die kreeg Coe zelf niet want hij mocht nadien alleen maar tv-films regisseren.
Rotzakken
In Brutti, Sporchi e Cattivi (1976) is ‘disfunctioneel’ nog een eufemisme. Voor deze wanstaltige familie die ergens op de top van een Romeinse heuvel woont in een keet is disfunctioneel nog een vleiende definitie. Baas van dit ‘gezin’ is Giacinto Mazzatella, die niet eens kan onthouden hoeveel kinderen er wonen. Het interesseert hem ook niet. Wat hem wel interesseert is zijn geld – zijn verzekeringsgeld voor het ongeluk in de bouw, dat hem een lam oog bracht en veel poen. Hij verbergt dat op een plek waar zijn kinderen niet bij kunnen want hij vertrouwt ze totaal niet.
De gewoonten op deze heuvel zijn iets anders dan in pak hem beet Amsterdam-Zuid. Kinderen naar de crèche? Doe niet zo gek. Ze worden opgesloten in kooien. Een leuk barretje? Een tafel voor het huis van twee chagrijnige vrouwen, die zich ontpoppen als spijkerharde onderhandelaars.
De familie gaat dagelijks aan het werk: berovingen, prostitutie en het afhandig maken van het pensioentje van oma. Wat zijn dit voor rotzakken? Het is een gezicht van de armoede die in de meeste geëngageerde cinema een absoluut taboe is. Ettore Scola wilde per se een lelijk portret van armoede schetsen. Dat leek hem interessant. En hij deed het ook nog in die geëngageerde periode, de jaren zeventig, dus helemaal tegen de heersende mode in.
Dat geeft de acteurs de ruimte om eens een echte rotzak te mogen spelen. Vooral Nino Manfredi is geweldig als pater familias Giacinto. Met zijn muts, loensende blik en waggelende loop is hij compleet onherkenbaar geworden. Hij trekt aan de haren van zijn vrouw, betast zijn dochter op de wc, slaat zijn zonen in elkaar, nodigt zijn minnares uit in zijn eigen bed. Het ergste is dat hij zichzelf gewoon een redelijke vent vindt.
De film gooit het gelukkig niet op de dramatische toer, maar laat een anekdotisch, ironisch, entertainend verhaal zien. De stommiteiten van dit gezin zijn gewoonweg te bizar. Erg ironisch is bijvoorbeeld als de familie zijn ergste straf krijgt: de ontmoeting met nóg zo’n familie als zijzelf, die meent dat zij het kot rechtmatig hebben gekocht. Dan, voor het eerst, is er ineens sprake van saamhorigheid. Maar dat duurt uiteraard niet lang.
Eerdere afleveringen:
CAMERA OBSCURA - Horrorkinderen
CAMERA OBSCURA - Namaaklevens
CAMERA OBSCURA - De dood herleefd
CAMERA OBSCURA - Treinen in actie
CAMERA OBSCURA - Geheimzinnige filmpjes
CAMERA OBSCURA - Schurken achter het stuur
REEKS (18) - CAMERA OBSCURA
In deze reeks bespreekt Bob van der Sterre elke aflevering een aantal thematisch gelinkte films. Hoe aparter, ouder en obscuurder, hoe liever hij ze heeft.