Deel 4: La Playa DC
Het debuut van de in Canada opgeleide regisseur en scenarist Juan Andrés Arango registreert hoe drie donkere broers overleven in de straten van Bogotá. Uiteraard spelen drugs ook in deze film een rol. Het zou ongeloofwaardig zijn mochten die afwezig zijn.
Het verhaal volgt Tomás die zich ontfermt over zijn jongste broer Jairo en op zoek gaat naar zijn oudere broer Chaco. Zelf leeft hij in onmin met de nieuwe, blanke echtgenoot van zijn moeder. Die wil hem een luizenbaantje opdringen als bewaker in een winkelcentrum. Wanneer Jairo op een dag binnenstrompelt en bijna onmiddellijk de deur wordt gewezen besluit ook Tomás nooit meer een voet in het huis te zetten. Samen trekken ze naar Playa DC, een ruige wijk in de hoofdstad.
De 13-jarige Jairo heeft een drugverleden – en heden – en een openstaande rekening bij een kartel. De jongen heeft dringend geld nodig om extra problemen te voorkomen. Wanneer ze horen dat hun oudere broer Chaco noodgedwongen teruggekeerd is uit het buitenland gaan ze naar hem op zoek. Met zijn drieën moeten ze het wel kunnen redden.
Het ritme van de straat
Juan Andrés Arango hanteert een zeer realistische stijl en geeft een opvallende rol aan de schetterende geluiden van de wijk. Zijn film is levendig, fris en scherp en buitengewoon natuurlijk. Met de camera losjes op de schouder volgt hij instinctief de actie, waar die zich ook voordoet, alsof er helemaal geen scenario is. De film ontwikkelt zich op het ritme van de straat met al zijn onverwachte gebeurtenissen, soms opvallend, grappig of intrigerend, even vaak triviaal alledaags. De personages sturen het scenario, niet omgekeerd.
Dat straatleven blijkt minder spannend en stoer dan we meestal te zien krijgen in gelijkaardige films. De drie jonge mannen overleven op hun eigen manier en daar komt maar weinig heldhaftige romantiek aan te pas. Zo maken ze geen gekke plannen om Jairo’s problemen op te lossen. Ze liggen er niet wakker van. Iedereen in de wijk heeft zijn of haar ellende en meestal waait het wel over. Soms ook niet.
Scherp blijven en de weinige kansen grijpen, is het enige dat hen kan helpen. Ze strijden dan ook niet tegen bendes en de politie maar tegen de gevolgen van de vierkant draaiende economie en het virulente racisme. Voor Tomás ligt de toekomst in een kapperszaak. Na een minimale investering – een krukje, een tondeuse en wat scheermesjes – scheert hij strakke patronen op de knikkers van zijn leeftijdsgenoten. Wanneer hij niet aan het werk is, houdt hij zijn broertje in de gaten. Zo goed en zo kwaad als dat kan.
Wroetend en strompelend
De losse structuur en het actiearme scenario waarbij het verhaal hapsnap verspringt, geven de personages – en de kijker – heel veel ademruimte. Die vrijheid biedt de kans om Tomás’ psychologisch helemaal te doorgronden. La Playa DC is een coming-of-age film op zijn donkerst en grimmigst. Gewrongen tussen zijn verantwoordelijke rol als oudere broer en de nood zijn vleugels uit te slaan zoekt Tomás wroetend en strompelend zijn weg.
Bovendien schetst Arango helder de sociale dynamiek van een woelig stadsdeel en haar inwoners. Ze komen van overal. Velen komen uit de provincies waar ze de al jaren durende burgeroorlog ontvlucht zijn. Ontheemd en opeengepakt in Bogotá vormen ze een nieuwe bevolkingsgroep met eigen normen en waarden.
Het lijkt allemaal losjes uit de pols te komen maar de regisseur bouwt zijn rijke verhaal heel bedachtzaam en beheerst op. Hij haalt het maximale uit zijn onervaren acteurs en komt zo tot een puur en waarachtig drama. Bewust laat hij een aantal randjes onafgevijld waardoor zijn film wat geduld vraagt en vooral in het begin moeilijk te doorgronden is. Eens het verhaal zich voluit ontplooit is er geen houden meer aan.
La Playa DC is een knap, rauw debuut van een eigenzinnige filmmaker met een sterk ontwikkelde eigen beeldtaal. Als hij goed omringd wordt voor zijn volgende film gaat hij brokken maken.