THE FIRST WIVES CLUB

Vrouwen met ballen

De Amerikanen zijn onvoorspelbaar in hun filmkeuze. Deze smakeloze komedie was één van de twaalf films die in 1996 de kaap van de honderd miljoen dollar overstak. The First Wives Club is wel de allerlaatste film die dat verdient.

Het is 'm natuurlijk allemaal te doen om de chemie tussen de drie hoofdactrices Goldie Hawn, Diane Keaton en Bette Midler. De collectieve Noordamerikaanse echtgenotes stonden en masse in de file om eens in 'samen sterk'-mode twee uur lang het manvolk te kakken te zetten. Niet dat het de eerste keer was. Eerder in '96 was het van dattum met Waiting to Exhale en daarvoor nog met onder andere Something to Talk About. Het is wel enigszins vreemd dat dit soort mannenhatende films steeds opnieuw gerealiseerd worden door, precies, mannen. Maar goed.

In The First Wives Club gaat men binnen het female bonding-thema de feelgood- en slapstick-richting uit. En dat terwijl alles opvallend neerslachtig begint, en wel met de zelfmoord van een vrouw van middelbare leeftijd (Stockard Channing) omdat haar succesvolle echtgenoot er vandoor is met een groen blaadje. Op haar begrafenis ontmoeten haar jeugvriendinnen elkaar weer na jaren: Goldie Hawn als Elise, een voormalige succesactrice die er koste wat het kost jong wil blijven uitzien (in casu zichzelf dus), Bette Midler als Brenda, een lawaaierige Joodse, en Annie als een timide huilebalk zonder ruggengraat. De drie horen van elkaar dat ze allen werden gedumpt door hun respectievelijke echtgenoot (Victor Garber, Dan Hedaya en Stephen Collins) voor een jong ding (Elizabeth Berkley, Sarah Jessica Parker en Marcia Gay Harden), en dat terwijl het dank zij de vrouwen is dat de mannen überhaupt succes hebben (zo is Garbner een gevierd filmproducent dank zij het succes van Hawn's Elise).

Don't get mad, get even (of zelfs get everything volgens Ivana Trump in een cameo) is het motto, en dus gaan de vriendinnen samenwerken om hun echtgenoten in de eerste plaats hun poen af te nemen. Terloops openen ze nog een crisiscentrum voor vrouwen.

In principe heeft ondergetekende, ter verduidelijking van het mannelijke geslacht, geen problemen met de occasionele anti-mannenfilm (hoewel hij zich in het geval van Something to Talk About behoorlijk in het kruis getast voelde). Maar dan moet het spelletje wel eerlijk gespeeld worden: de mannen die deze film bevolken krijgen nooit de kans een andere kant van zichzelf te laten zien of hun kant van het verhaal te doen. Alles wordt met dus veel te zwart-wit voorgesteld. Eén troost: de vrouwen waarvoor wij zo veel sympathie zouden moeten opbrengen zijn precies die karikaturen die de film probeert te verwerpen: Goldie Hawn met haar walgelijk volgespoten lippen (nare herinneringen aan Death Becomes Her komen boven) en een arrogant karakter, Bette Midler als een vranke Ma Flodder en Diane Keaton, zo zwak en zielig en met zoveel persoonlijkheid als een schoothondje. Sorry hoor, maar je zou ze voor minder laten staan. Dat is dan ook de fatale fout van de producenten. In hun poging sterke vrouwen te portretteren, bevestigen ze alle clichés waaraan Hollywood zich al jaren vuilmaakt.

Toegegeven, sommige one-liners zijn grappig, en het zelfde geldt voor de occasionele situatiegag (die echter even vaak uit de hand lopen). Oké, voor Diane Keatons personage kunnen we nog wat sympathie opbrengen. Wie met de leukste momenten gaan lopen zijn de gastrollen van onder andere Maggie Smith, Bronson Pinchot en Rob Reiner. Het geheel is gebaseerd op de roman van Olivia Goldsmith, en werd in beeld gebracht door Hugh Wilson (Police Academy).