Het origineel uit 1994 was nog eens een huiveringwekkende, bijna poëtische filmervaring. Anderhalf uur lang ondergedompeld in een obscure, cryptische sfeer van dood, wraak en liefde. Een stad in lichterlaaie, Night of The Devil, een stem op de achtergrond: 'soms gebeurt er iets dat zo verkeerd is, dat de kraai een ziel opnieuw tot leven kan wekken om de fout weer recht te zetten.' Zoveel raadselachtige tragedie samengebald in één film. En dan nog die macabere ironie: hoofdrolspeler Brandon Lee, gedood tijdens de opnames van de film.
Zo gevoelig en inspiratievol The Crow was, zo leeg en nietszeggend is z'n sequel, City of Angels. Hierin speelt een charismaloze Vincent Perez Ashe, een man die terugkeert uit de dood om de brutale moord op zijn zoontje Danny te wreken. Hij neemt het daarbij op tegen een bende demonische sm-ende drugdealers, onder leiding van Judah (Richard Brooks) en Curve (een walgelijke Iggy Pop). Een kraai fungeert daarbij als gids tussen de wereld der levenden en het rijk der doden. Ashe krijgt ook hulp van Sarah, het kleine meisje uit de eerste film dat inmiddels volwassen is geworden.
Het is bijna onbegrijpelijk dat achter deze sequel deels dezelfde mensen staan als achter het origineel. Producer Edward Pressman deed opnieuw een beroep op zijn compaan Jeff Most, op production designer Alex McDowell en componist Greame Revell. Omdat Alex Proyas niet beschikbaar was, werden de regieteugels doorgegeven aan Tim Pope, een Britse debutant die vooral bekendheid verwierf als regisseur van videoclips voor David Bowie, The Cure, Neil Young en Iggy Pop. Scenarist David Goyer inspireerde zich op de comic strips van James O'Barr.
Deze The Crow: City Of Angels oogt nog steeds even barok als het origineel, maar mist de nodige mythologie. Je hebt zelfs het gevoel dat het Ashe niet eens om gerechtvaardigde wraak gaat; soms oogt zijn geweld gratuit en zinloos. Waar is die donkere romantiek gebleven? Waar de hallucinante skyline des doods? Waar de symboliek van de alziende kraai? Waar die enigmatische sfeer van zwart en duisterheid? Wat overblijft is slechts een storend, primitief en slordig cameragezwier. Close-ups verstoren te pas en te onpas het geheel, de montage is irriterend. Een soundtrack voor dieharders biedt misschien enige soelaas. The Deftones, Hole, The Toadies, White Zombie, Iggy Pop, Bush, Above the Law, Seven Mary Three: voer voor de liefhebbers.
Het enige echte lichtpunt in deze film is Mia Kirschner, wiens rol als gevoelige tatoeage-artieste Sarah iets engelachtig heeft. In alle doffe ellende stralen haar jadeachtige ogen zoiets uit als hoop. Vooral de hoop dan dat er nooit een Crow 3 moge komen.