De Niro speelt Gil Renard, een gescheiden man en belabberde vader wiens werk tevens op de helling staat. Hij is een verkoper van messen, die al zijn aandacht richt op zijn favoriete baseballploeg, de San Francisco Giants, en in het bijzonder op de nieuwste aanwinst van de Giants, Bobby Rayburn. Het wil niet echt vlotten in Bobby's nieuwe ploeg, vooral omdat sterspeler Juan Primo zijn rugnummer niet wil afstaan aan de bijgelovige Bobby. Ondertussen gaat het bij Gil van kattekwaad naar erger. Hij wil zijn idool uit de nood helpen, en doet het ondenkbare. De poppetjes gaan helemaal aan het dansen wanneer Bobby niet opgezet blijkt met Gils uitzinnige hulp.
Dit verhaal is gebaseerd op de gelijknamige roman van Peter Abrahams. Hoewel het aanvankelijk een redelijk origineel uitgangspunt lijkt, doet The Fan te snel een aantal belletjes rinkelen. Uitzinnige fans waren al vaker filmvoer, bijvoorbeeld in Rob Reiners Misery. Robert De Niro zelf speelde de rol al eens eerder als Rupert Pupkin in The King of Comedy. Ook echo's van Falling Down (ongewenste ex, mislukte carriere, noem maar op). Alsof dat allemaal nog niet volstaat, stelt De Niro enigszins teleur omdat zijn vertolking al te dicht aanleunt bij typetjes die hij al te vaak heeft gespeeld. Niet alleen trekjes van Rupert Pupkin, maar ook van Taxi Drivers Travis Bickle, Cape Fears Max Cady en This Boy's Lifes Dwight Hansen. Allen moegetergde, onbegrepen mislukkelingen die zowat ontploffen van opgekropte, ingehouden woede. Geen slechte De Niro, maar een te weinig originele.
De Niro wordt omringd door een schare bekende acteurs die een matige tot goeie vertolking ten beste beste geven. Zo is Wesley Snipes, nu niet meteen bekend om zijn acteertalent, nog verbazend geloofwaardig als Bobby Rayburn: eerst arrogante baseballpro, vervolgens meer ingetogen en volwassen. De rol van Ellen Barkin (ook al met De Niro te zien in This Boy's Life) als radiojournaliste is echter beschamend slecht uitgewerkt: een zwoele stem met een blond bosje haar. Benicio Del Toro ten slotte speelt de Latijns-Amerikaanse baseballheld Juan Primo. Del Toro is bekend als de mompelende, oneindig lange boef uit The Ususal Suspects.
The Fan werd geregisseerd door Tony Scott, en dat is er wel aan te zien: alles is zeer stilistisch in beeld gebracht, met veelvuldig gebruik van rookeffecten, vetraagde beelden en een flitsende montage. Sommige scènes zijn werkelijk poëzie met beelden (vooral de grote 'vriendendienst' van Bobby spingt in het oog). Maar uiteindelijk mag het allemaal niet baten: in se is The Fan een eindeloos langdradige film, die meer verveelt dan boeit.