Ingenieur en Iers legerofficier Lt. Col. John Patterson (Val Kilmer) wordt in 1896 tot heil en glorie van het Britse Keizerrijk (de ivoortrafiek mag geen vertraging oplopen) belast met de bouw van een spoorwegbrug die de verbinding moet voltooien tussen het Victoriameer en Mombassa. Patterson die reeds zijn leven lang de droom koesterde het 'zwarte' continent te bezoeken, ondervindt reeds vanaf het begin van zijn opdracht dat de zwarten niet zo goed opschieten met de Indiase werkkrachten. Toch weet hij van beiden respect af te dwingen door een leeuw onschadelijk te maken die al enkele dagen het kamp terroriseert. Maar, het ergste moet nog komen. Wanneer een duo leeuwen blijk geeft van smaak te hebben naar mensenbloed en zelfs de sterkste arbeiders slachtoffer worden van deze 'fun-killers' moet Patterson de hulp inroepen van ervaren jager op groot wild Remington (Michael Douglas).
Verteller van dit waar gebeurd epos is Samuel (John Kani), de lokale opzichter van het werkkamp. Het verhaal maar ook het cinematografische potentieel van deze film wordt volledig teniet gedaan door de acteerprestaties van beide jagers. Zeker het moment waarop Douglas zich voorbereid op het jachtmoment bij uitstek met de locale Masaï stam, doen een Afrika-kenner huiveren. Sommige nevenpersonages zoals de kampdokter (Bernard Hill) komen geloofwaardiger over. De karakters kregen ook niet de geringste diepgang mee. Bovendien stoort Kilmers Iers accent behoorlijk. De film moet het hebben van de suspens die gecreëerd wordt door de beangstigende aanvallen van de het duo man-eters. Het camerawerk loont evenzeer de moeite hoewel het moeilijk kan tippen aan een Out of Africa.
De koning van het dierenrijk is lui, dat weet het kleinste kind. Maar eens hij een mens heeft aangevallen, beseft hij dat deze prooi veel makkelijker te overwinnen is dan een antilope of een zebra. Een mens loopt nu eenmaal iets minder snel. Leeuwen van het kaliber als de 'ghost' en de 'darkness' zijn leeuwen die dit geleerd hebben en nadien ook nog plezier gaan scheppen in de 'kill' zelf. Dat is wat anders dan die leeuwen die in de Keniaanse parken elke dag honderden toeristen zien passeren en de biefstukken op hun middagmaal afwachten.