Plaats van het gebeuren is de Engelse Marwood Zoo. Die werd zonet opgekocht door mediamagnaat en miljardair Rod McCain (Kevin Kline) die, in de lijn van alle investeringen gedaan door zijn bedrijf Octopus Incorporations, de zoo zo snel mogelijk wil brengen tot een winstmarge van 20 procent. Daarom zendt hij Rollo Lee (John CLeese), zijn vertrouwensman, naar Marwood. Vanuit zijn ervaring als topmanager bij Octopus' Hong Kong tv-station weet Rollo dat mensen kicken op geweld en bloedvloeien en tracht hij het personeel van de zoo ervan te overtuigen dat enkel de wilde dieren nog een plaats kunnen hebben in het 'aangepaste zoo-project'.
De andere dieren zullen moeten verdwijnen. Voor rede is Rollo niet vatbaar, dus komt het er voor de opzichters nu op aan hun lievelingsdier te laten catalogiseren als 'fierce creature', zoniet moet het verkocht of doodgeschoten worden. De ambitieuze vice-presidente van Octopus, Willa Weston (Jamie Lee Curtis) zet intussen vanuit thuisbasis Amerika een ophefmakend marketing-plan op poten voor de zoo en weet McCain ervan te overtuigen haar naar Marwood te zenden. Niet van haar zijde weg te slaan is de arrogante zoon van McCain, Vince (opnieuw Kevin Kline), een nietsnut die in deze trip naar Engeland de kans ziet Willa te versieren. Eens ter plekke wordt het personeel in safariplunje uitgedost en propt men de kooien vol met woeste dieren of rubberen monsters. Maar het tij keert als daddy Rod opeens opduikt met een verkoopsplan als golfterrein en hij Vince meedeelt dat hij onterfd is.
Hoewel de release van deze prent van Robert Young al verwacht was in het voorjaar van 1996, zorgde vooral het einde van de film voor een uitstel. Dat deugde niet volgens het Amerikaanse testpubliek. Cleese, die ongetwijfeld de herinnering zal oproepen aan de onsterfelijke Basil Fawlty, doet de Britse humor opnieuw eer aan. Wat aanvankelijk een hilarische ramp lijkt te zijn voor de zoo, wordt al snel een uiterst ontspannende en grappige plot waarin woordspelingen à la Monty Python erg thuis zijn. Zulke cinema krijgt niet altijd de lof die ze verdient. Lachen is uit de mode. Nochtans verraadde het perspubliek zijn geamuseerdheid. Meer van dat graag.