Maar laten we het vooral over film hebben. Dit jaar kwamen weer om en bij de vijfhonderd films in de zalen, en voor het gemak rekenen we ook bagger als Basic Instinct II, Ultraviolet of Scary Movie 4 tot ons bemind medium. Sommige films lokten wekenlang volle zalen; andere films verdwenen na een week weeral uit roulatie. Dat is jammer. Een film krijgt steeds minder de kans om langzaam te groeien en beklijven. Van mond-op-mond reclame is nauwelijks nog sprake. Het eerste weekend moet raak zijn. Dat is in Amerika zo, en dat is langzamerhand ook hier zo. Grote bioscoopzalen dansen naar de pijpen van hun publiek: het is het verhaal van de pop en de touwtjes. Gelukkig krijgen de meeste films een tweede leven op DVD. Wie niet op tijd in de filmzaal geraakt, moet steeds minder lang wachten om zijn favoriete film op DVD te kunnen bekijken. Recente voorbeelden: Miami Vice, Cars, X-Men: The Last Stand, Superman Returns en Pirates of the Caribbean 2. De zomerfilms liggen tegen Sinterklaas in de winkel en tegen kerst in cadeaupapier verpakt onder de boom.
Pirates of the Caribbean: Dead Man's Chest was wereldwijd de meest succesvolle film met een opbrengst van meer dan één miljard dollar. Disney dankt kapitein Johnny Depp op de blote knieën. Ondanks overwegend negatieve kritieken klom dé filmhype van het jaar, de Dan Brown-verfilming The Da Vinci Code, naar de tweede plaats met iets meer dan 750 miljoen dollar. Een herboren James Bond klom met Casino Royale naar een world wide opbrengst van 420 miljoen dollar. Hoe ironisch voor wie zich herinnert dat Bond door het verzamelde fandom een jaar eerder nog op handen en voeten werd buiten gedragen. De blockbusters zorgden ervoor dat het bioscoopbezoek in de Verenigde Staten dit jaar opnieuw steeg. In vergelijking met 2005 brachten de films vijf procent meer geld op. Ondanks duurderde tickers gingen drie procent meer Amerikanen naar de bioscoop. Als hypocriete Don Quichotes vechten filmmakers tegen al dan niet illegaal downloaden. Steven Soderbergh bracht zijn Bubble simultaan uit in de bioscoop, op DVD en op televisie. Het bleek meer statement dan resultaat.
Terugblikken op een filmjaar is – sorry voor de woordkeuze – gaten opvullen. Een sluitende test is elk jaar weer de oscarwinnaar probere voor de geest te halen. Brokeback Mountain? Niet. De gay-western moest het beeldje voor beste film laten aan Paul Haggis' Crash. 2007 was het jaar waarin enkele grote meneren en mevrouwen van het witte doek overleden: Shelley Winters (85), Senne Rouffaer (80), Glenn Ford (90) en Robert Altman (81) bijvoorbeeld. Paramount Pictures bonjourde Tom Cruise buiten, maar die hengelde dan weer Katie Holmes binnen. Het was het jaar van de Stanley Kubrick tentoonstelling die in Gent landde – maar het was vooral het jaar van heel veel films. Hier gaan we, à la recherche du temps perdu!
Who You Gonna Call? Blockbusters!
Sinds een grote witte haai uit de zee opdoemde proberen filmmakers elk jaar opnieuw het bioscooppubliek in grote getale naar de bioscoop te laten afzakken. Dat bleek in 2006 niet anders. Was 2005 nog een jaar vol duisternis in onze anders zo zorgenloze zomerfilms (Batman Begins, War of the Worlds) dan ging het er anno 2006 iets luchtiger aan toe met tegen gedrochten knokkende piraten, door het luchtruim scherende superhelden en een eventjes in Philip Seymour Hoffman getransformeerde Tom Cruise. Zoals gewoonlijk waren de critici niet mals voor de met veel poeha en hype aangekondigde spektakelstukken: het middelmatige, vrij saaie maar best wel te bekijken The Da Vinci Code werd zo ongeveer in elke publicatie met de grond gelijk gemaakt en Wolfgang Petersens peperdure Poseidon-remake moest het vooral van een spectaculaire monstergolf en niet zozeer van een diepgaand plot hebben. Er werden ook records gebroken. Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest; het tweede luik in een trilogie die volgend jaar beëindigd (?) wordt, werd de op twee films na althans financieel meest succesvolle prent aller tijden (alleen Titanic en The Lord of the Rings: The Return of the King gaan kapitein Jack Sparrow voor) en kon rekenen op een zich duidelijk kostelijk amuserende Johnny Depp, een chaotische verhaallijn die maar weinig critici konden appreciëren en misschien wel het knapste staaltje visuele effecten ooit in de vorm van octopuskapitein Davy Jones.
Mission: Impossible III loste, ondanks het enthousiasme van onze recensent, dan weer de hoge verwachtingen niet in. De film zelf mag dan wel een dijk van een actiefilm zijn én het regiedebuut van televisierevolutionair J.J. “Lost” Abrams, het publiek kon de sofahoppende fratsen van Cruise niet meer verdragen en bleef weg uit de bioscopen (de prent betekende ook het einde van de samenwerking tussen Cruise en filmstudio Paramount). Ook Michael Manns Miami Vice werd geen succes. Manns thriller is nochtans een ijzersterke karakterstudie over twee kerels die in een levensgevaarlijke undercoveractie terechtkomen maar de kille sfeer, de vaak korrelige fotografie en het hoge realiteitsgehalte werden weinig geapprecieerd. En dan was er nog M. Night Shyamalans prestigieuze/pretentieuze Lady in the Water. Dit moderne sprookje had te kampen met een volstrekt onlogische, ridicule verhaallijn en de kwalijke beslissing van Shyamalan om zichzelf in een belangrijke bijrol te castten maar de wondermooie muziek van James Newton Howard, de opnieuw razend knappe vertolking van Paul “Sideways” Giamatti en de fotografie van Christopher Doyle wisten ons toch te bekoren. En met de terugkeer van James Bond in een niet alleen geslaagd luik in de Bond-franchise maar herboren in misschien zelfs de beste actieprent van het jaar sloten we 2006 in schoonheid af.
Superheroics
Wat is een filmjaar zonder onze portie superhelden? Een flink deel van de releasedata en wie welke film zou maken werden bepaald door de strijd tussen de X-Men en Superman. Of beter; de strijd tussen rivaliserende studio’s. Twentieth Century Fox had er namelijk zo de pest in dat hun X-Men-regisseur Bryan Singer bij Warner Brothers voor Superman Returns koos dat ze prompt Brett Ratner (een man die nota bene zelf ooit nog op de shortlist stond om de door preproductieproblematiek geplaagde “nieuwe” Superman op het witte doek te brengen) verzochten om de X-Men trilogie te vervolledigen. Het resultaat was een bittere strijd om de box-office-kroon. X-Men: The Last Stand bewees dat een middelmatige, haastig ingeblikte en met enkele knappe effecten en bizarre plotwendingen opgesmukte film bakken geld kon binnenrijven en Singers technisch superieure en met veel liefde gerealiseerde ode aan Christopher Reeve’s en regisseur Richard Donners versie van Superman uit ‘78 werd vaak onterecht belachelijk gemaakt (er waren meer discussies over de grootte van het Supermanlogo op het pak, acteur Brandon Rouths “vermeende bobbel in de broek” en Singers homoseksualiteit dan over de knappe filmmuziek, de grootse visuele effecten en de leuke vertolkingen). Superman Returns mag dan wel niet het grote succes geworden zijn dat velen ervan hadden gehoopt; deze schaamteloos romantische en van cynisme verstoken superheldensage steekt met kop en schouders uit boven het vermakelijke maar zielloze bandwerk dat X-Men 3 geworden is.
Nog voor deze kopstukken het in de audiovisuele ring met elkaar uitvochten zagen we echter V, een mysterieuze vrijheidsstrijder/terrorist, aan het werk in James McTeigue’s door de gebroeders Wachowski geproduceerde V For Vendetta. Gebaseerd op de gelijknamige en heel wat complexere comic van Alan Moore en David Lloyd is Vendetta een simplistische maar doeltreffende adaptatie over een dystopische, Orwelliaanse maatschappij en de duistere superheld (?) die erin opduikt.
Una película de
2006 was ook het jaar waarin enkele vaste waarden eindelijk bij het grote publiek op de voorgrond traden. Drie regisseurs in het bijzonder speelden een grote rol en schonken ons films die op een of andere manier hun specifieke talenten met elkaar leken te verenigen. Het is niet toevallig dat het hier om drie Mexicaanse regisseurs gaat: Alejandro González Iñárritu, Guillermo del Toro en Alfonso Cuarón. De drie vormen een vriendenkliekje, duiken als producenten voor elkanders films op en staan steevast bij de “special thanks” op de eindgeneriek.
Iñárritu’s veelgeprezen Babel is alweer een door de talentvolle scenarist Guillermo Arriaga neergepende kroniek waarin verschillende verhaallijnen (à la Amores perros) met elkaar verweven worden. Babel is effectief maar inhoudelijk niet zo spectaculair en blijft, hoewel razend knap gemaakt en geacteerd, niet zo lang op het netvlies en in de gedachten hangen als pakweg Ameros perros of 21 Grams; Iñárritu’s eerdere werk. Alfonso Cuarón leverde dan weer wel een parel af met Children of Men. De meningen zijn ook op onze redactie verdeeld over dit futuristische drama waarin Clive Owens moegestreden voormalige frontman op de barricades de enige zwangere vrouw ter wereld naar een veilige toekomst moet leiden. Children of Men wist ons diep te raken, is visueel en auditief verbluffend en toont een grandioze Michael Caine in een schitterende bijrol. Cuarón bevestigt hiermee de diverse talenten die hij ook al met Y tu mamá también en Harry Potter and the Prisoner of Azkaban toonde.
Dé verrassing van het jaar was echter El Laberinto del Fauno (of Pan’s Labyrinth) van Guillermo del Toro. Nu zijn wij al fans van del Toro sinds hij zijn eerste stappen in de filmwereld zette maar met El Laberinto lijkt del Toro eindelijk af te studeren. De film, enerzijds een prachtig sprookje over een meisje dat in een vreemde wereld vlucht en anderzijds een oorlogsdrama over sadisme tijdens het regime van Franco in Spanje, combineert nagenoeg alle elementen uit del Toro’s eerdere werk. We herkennen visuele motieven uit del Toro’s debuut Cronos; monsters uit Blade II; het tijdsbeeld uit The Devil’s Backbone en decors geïnspireerd op het werk van comic book-kunstenaar Mike Mignola – ook al de man verantwoordelijk voor Hellboy; del Toro’s vorige film. Met Laberinto brengt del Toro een subliem gerealiseerde wereld die hem klaarstoomt voor het grotere werk én levert meteen ook de eerste echte fantasy-film voor volwassenen af sinds het genre met The Lord of the Rings heropleefde. Faut le faire!
Everything is connected
Als antidotum voor de blockbusters mochten we dit jaar opvallend veel documentaires in de zalen bekijken. Het is een trend die we uiteraard alleen maar aanmoedigen. Niet zo veel mensen zagen Werner Herzogs Grizzly Man, Enron: The Smartest Guys in the Room, Viva Zapatero!, Ballets Russes of Sketches of Frank Gehry, maar opvallend veel mensen gingen wél naar Inside Deep Troat, An Inconvenient Truth, Thank You for Smoking en United 93. De Britse regisseur Paul Greengrass toonde zich als een apolitieke chroniqueur van een dag die niemand kan vergeten. De intensiteit van zijn documentaire – slechts een van de vele verhalen die op 9/11 te rapen vielen – maken van United 93 voor velen de sterkste, aangrijpendste film van het jaar. Sterker in elk geval dan World Trade Center van Oliver Stone. Jazeker, Stone koos voor de fluistertoon in plaats van de paukenslag; voor de schaduw, niet het beeld, maar hoe langer we over de film nadenken hoe slechter we hem vinden. Soms vervormt de waan van de dag je opinie over een film.
Veel politiek in de grote zalen, dit jaar. Grootmeester Steven Spielberg maakte na Artificial Intelligence, Minority Report, Catch Me If You Can, The Terminal en War of the Worlds nog eens een politieke, historische film. Hij kon helaas niet iedereen bekoren met het repetitieve Munich over elf Palestijnse terroristen die in 1972 tijdens de Olympische Spelen evenveel Israëlische atleten gijzelden. Dé grote man van het jaar bleek George Clooney. Hij was erg sterk in de moeilijke, complexe maar grootse oliefilm Syriana en maakte zelf Good Night, and Good Luck. De volledig in zwart-wit gedraaide prent fileerde haarscherp de strijd van CBS-journalist Robert R. Murrow tegen senator en communistenjager Joseph McCarthy. Documentaires zijn weer hip en gelukkig hoeven ze niet altijd van Michael Moore te komen.
The horror! Alles komt terug!
Het filmverhaal is er eentje van komen en gaan, van trends en evoluties, maar een ding staat onomstotelijk vast: alles komt ooit terug. Begin jaren negentig zat de horrorfilm in het slop. De oude iconen hingen hun bijl of zeis aan de haak en Wes Craven tekende met postmoderne softcore horror a la Scream het failliet van het genre. Aan het begin van de 21ste eeuw ziet het horrorlandschap er weer helemaal anders uit. Regisseurs vermalen de jaren zeventig (dit jaar naast When a Stranger Calls ook The Hills Have Eyes en The Fog, de eerste al wat sterker dan de tweede), de fascinatie voor de Japanse horror vol geesten en langharige meisjes lijkt nog niet voorbij (begin 2007 komt The Grudge 2 eraan), maar het opvallendst is de terugkeer naar de rauwe, grauwe, hyperrealistische hak-en-steek film waar subtiliteit en suggestie ver te zoeken is. In het voorjaar kregen we de duistere, grimmige, pikzwarte martelfilm Hostel voor de kiezen waarin dat duivelse personage The Butcher letterlijk op zijn slachtoffer inhakte. Misschien nog wel het griezeligst van allemaal: regisseur Eli Roth plukte het idee rechtstreeks van het internet. Ook Wolf Creek zou gebaseerd zijn op echte feiten. Saw III gelukkig niet. Het derde deel in de abattoirsage ging helaas over de schreef met een scene waarin Jigsaws hersenpan gepeld wordt als een zachtgekookt eitje. Een pars pro toto voor het genre: alles kan weer, alles mag weer.
Opvallend is de hype die rond de martelfilms opgebouwd wordt: mensen braken stoeltjes onder, vallen flauw, durven niet meer in het donker naar huis, ziekenwagens rijden af en aan – het lijkt de nacht van de wansmaak wel. Zwaar overdreven natuurlijk, maar het zijn sterke magen die tegen afgeknipte tenen, krakende knieschijven of verwijderde oogbollen kunnen. De horrorfilms van dit jaar waren ruw, ongelikt, sadistisch. Anno 2006 draaien mainstream regisseurs de camera niet weg wanneer de zaag het vlees raakt. Films als See No Evil of The Devil's Rejects zijn donker als de nacht.
In schril contrast daarmee kregen we ook twee uiterst amusante horrorfilms in de zalen: Final Destination 3 en vooral Snakes on a Plane. Die creature feature film werd, zo beweren de makers, in grote mate meegeschreven door de internetfans en toonde een lekker cynische Samuel L. Jackson als slangenbezweerder op de red eye van Honolulu naar Los Angeles. The Descent bleek in tegenstelling tot The Cave een spannende, goed vertelde, claustrofobische horrorfilm over een groepje speleologen die in een grot op een groot gevaar botsen.
Doorgespoeld
Een onheilspellend bericht uit animatieland: Dreamworks denkt eraan de samenwerking met Aardman op te zeggen. Reden: de tegenvallende recette van onze persoonlijke animatiefavoriet Flushed Away. Disney kocht Pixar over voor 7.4 miljard dollar en slikte met het inferieure Cars 461 miljoen dollar; Dreamworks met het superieure Flushed Away slechts 108 miljoen dollar. Voor wie enkel geld telt, is de keuze dan snel gemaakt. Dat niet zozeer de kwaliteit dan wel de kwantiteit in tekenfilmland van belang is, bewees het overaanbod van digitale draken dit jaar. Elke grote studio bracht er eentje in stelling. Er was heel veel kaf (Ant Bully, The Wild, Hoodwinked, Open Season, Over the Hedge) en weinig koren (Ice Age 2: The Meltdown, Monster House, Flushed Away, en, vooruit dan maar, Cars).
De meest bizarre tekenfilm van 2006 had dansende keizerpinguïns in de hoofdrol: Happy Feet. De teller voor die film staat al op 150 miljoen dollar, en dat is geenszins een eindpunt. De succesvolste animatiefilm was Ice Age: The Meltdown. Manny, Sid, Diego en Scrat brachten maarliefst 650 miljoen dollar op en klommen daarmee naar de derde plaats van topverdieners van 2006.
De wereld rond
Het aanbod in de filmhuizen en alternatieve bioscopen was groot in 2006. Over de kwantiteit had de meerwaardezoeker zeker niet te klagen. Met de kwaliteit was het wat minder gesteld. Een echte klassieker van het niveau Todo Sobre Mi Madre of La Meglio Gioventù een paar jaar geleden ontbreekt.
Pedro Almodóvar zal voor Volver het komende voorjaar de nodige prijzen in ontvangst mogen nemen. De imposante Spanjaard maakte niet de beste film uit zijn loopbaan, maar verdient alle lof voor de manier waarop hij zijn vrouwelijke cast deed schitteren. Een speciale vermelding gaat naar het duizelingwekkende decolleté van Penélope Cruz. Volver is een spannende, warme en goede film gedragen door de gure wind van Castilla–La Mancha. Alleraardigst is ook Tapas, het debuut van het regisserende duo Juan Cruz en José Corbacho. Op een milde vrolijke manier verweven ze de verhalen van de bewoners van een volkse buurt in Barcelona aan elkaar. Tapas is herkenbaar, grappig en eindigt met een aantal geweldige parallelle scènes.
In het Argentijnse Cautiva wordt een jong meisje van de ene op de andere dag bij haar ouders weggehaald. Ze is als baby tijdens de militaire dictatuur bij haar natuurlijke ouders ontvoerd en bij een gezin geplaatst dat het dictatoriale bewind gunstig gezind was. Het aangrijpende debuut van Gaston Biraben toont hoe de misdaden tijdens de donkerste periode uit de Argentijnse geschiedenis twintig jaar later nog steeds doorwerken en het leven van burgers overhoop gooit. Erg apart, duister en behoorlijk ondoorgrondelijk, maar absoluut briljant is het Argentijnse Los Muertos waarin een vijftiger in zijn eentje een Argentijnse rivier afvaart. Hij is net vrijgelaten uit de gevangenis. Regisseur Lisandro Alonso onthoudt ons de details. We kennen enkel de naam van het hoofdpersonage: Vargas. Wat hij uitgespookt heeft en waar hij heen gaat, heeft geen belang. Het neemt niet weg dat Vargas negentig minuten lang alle aandacht naar zich toe zuigt. Fascinerend en lichtelijk verontrustend.
De strijd om de meest ophefmakende film van het jaar gaat tussen Taxidermia en Batalla en el Cielo. De laatste is de tweede speelfilm van de Mexicaan Carlos Reygadas. Was zijn debuut Japón al aan de zware, ondoorgrondelijke kant, met Batalla overtreft hij zichzelf. Het is allemaal diepzinnig bedoeld, maar de film is onverteerbaar voor wie niet stoned of dronken is. Ook Taxidermia bulkt van de extreme situaties en bizarre verhalen, seks in de meest ongebruikelijke posities met de meest onwaarschijnlijke sekspartners. Deze is daar weer onbekijkbaar voor wie wel dronken of stoned is.
In Nederland ging de terugkeer van Paul Verhoeven naar zijn geboorteland gepaard met een enorme mediahype. Ooit vertrok hij uit het tulpenbollenland omdat hij niet gewaardeerd werd door de critici en vooral niet door de commissies die de subsidies uitdeelden. Met Zwartboek gebeurde hetzelfde als met al zijn eerdere werk. De bioscopen stroomden vol. De critici waren messcherp. Carice van Houten is fenomenaal, de film zelf is dat niet helemaal. De Fransen filmden alsof hun leven er vanaf hing. Eén enkele film steeg boven de grauwe massa uit: La Tourneuse des Pages. Enig chauvinisme is ons niet vreemd als we vermelden dat de Belgische Déborah François – die doorbrak met Le Fils – een sensationeel sterke rol speelt. Originaliteit is niet de sterkste troef van de film die het moet hebben van de stijgende spanning en het naderende onheil.
C.R.A.Z.Y. was een van de verrassingen van het filmjaar 2006. Films uit Québec halen maar zelden de Europese bioscoop. Jean-Marc Vallee werkte tien jaar aan het scenario van zijn tragikomedie. Het resultaat is een fraaie coming-of-age film over een Kerstmis hatende puber. Een lach en een traan in een visueel aantrekkelijke film die gemaakt werd met veel gevoel voor detail. Three Times is een meesterwerkje van de Taiwanese regisseur Hou Hsiao-hsien – bekend van Millennium Mambo, Goodbye South Goodbye en The Puppetmaster. Three Times is een wonderlijk drieluik dat zich afspeelt in drie perioden: 1966, 1911 en 2005. Door de tijd heen zoeken de personages naar liefde, een moeilijke zoektocht, fantastisch gespeeld door Qi Shu en Chen Chang.
Lee Kang-sheng, de fetisjacteur van Tsai Ming-liangs, speelt een pornoacteur in het te gekke The Wayward Cloud. Het is erg warm in Taipeh, enkel watermeloenen zorgen voor vocht en afkoeling. Ming-liang heeft het opnieuw over eenzaamheid en anonimiteit in de grote stad. Hij lost zijn verstilde scènes af met uitzinnige musicalnummers en bevreemdende seksnummertjes.
Voor films als Kruistocht in Spijkerbroek is indertijd het begrip Europudding uitgevonden. Verschillende Europese landen investeren in het project en in ruil voor de harde dollars leveren ze acteurs en technici. Het gevolg is dat een acteurs en actrices uit verschillende niet-Engelstalige landen tegenover elkaar staan en een film maken waar geen enkele filmliefhebber uit eender welk land op zit te wachten. Kruistocht in Spijkerbroek deed het nog aardig in Nederland en Vlaanderen maar flopte even jammerlijk als terecht in de rest van Europa.
De Bosnische film Grbavica won de Gouden Beer in Berlijn. Deze prent speelt zich echter niet af tijdens de burgeroorlog van de jaren negentig, maar in het Sarajevo van nu. Een alleenstaande moeder tracht zich staande te houden in het hedendaagse Sarajevo. Ze heeft drie jobs, ondergaat de kuren van haar puberdochter en probeert een loodzwaar oorlogstrauma te verwerken. De debuterende jonge cineaste Jasmila Zbanic klopt al te vaak op dezelfde nagel, maar dat is haar vergeten. Met The Death of Mr. Lazarescu en Dallas Pashamande presenteert Roemenië zich als filmland. In 2007 komt het machtige Love Sick (Legaturi bolnavicioase) in de cinema. De tijd dat de combinatie Roemenië en cinema automatisch deed denken aan Dracula is voorgoed voorbij.
Een snoeihard misdaadverhaal (Knallhart), een sterke romanverfilming (Elementarteilchen) en een diepgravende persoonlijkheidsstudie (Requiem): Duitsland werpt zich als een leidend filmland in Europa. In Requiem raakt een studente niet uit de wurgende vicieuze cirkel van epilepsie, oververmoeidheid en godsdienstwaanzin. Ze zal van honger, dorst en uitputting sterven na een duivelsuitdrijving die wekenlang duurt. Een onschuldig ogende jongen wordt drugskoerier in een multiculturele wijk van Berlijn. Hij wordt door zijn opdrachtgevers tot het uiterste gedwongen. Knallhart is cinema met ballen met een perfecte, hippe soundtrack. De verfilming van de populaire roman Michel Houellebecq leek tot mislukken gedoemd, maar Oskar Roehler deed met Elementarteilchen wat niemand verwachtte: zijn film is meer dan in orde.
In Anche libero va bene spelen Kim Rossi Stuart en Alessandro Morace de pannen van het dak in een aangrijpend drama. Enrico Lo Verso is altijd goed. Hij speelt een onderwijzer die een job aanneemt in een Siciliaans kuststadje. Daar ontmoet hij een weesjongen die zijn leven volledig verandert. Salvatore - Questa è la vita is niet de beste film aller tijden, maar is charmant en aandoenlijk genoeg om uw aandacht te krijgen.
De Zuid-Afrikaanse Oscarwinnaar Tsotsi kon niet helemaal overtuigen. In het rijtje net-niet hoort ook Tony Gatlifs Transylvania thuis, al prikkelen de blikken die Amira Casar en Asia Argento met elkaar uitwisselen danig de verbeelding. Ook Aki Kaurismäki heeft al betere films gemaakt dan Lights in the Dusk. Het Indiase Water van Deepa Mehta vertelt het juiste verhaal op een te westerse manier om honderd procent te bevredigen. Het is zonder twijfel de mooist gefotografeerde film van het jaar. Na het relatieve succes van The Story of the Weeping Camel kwamen met The Cave of the yellow dog en Mongolian Ping-pong twee films in de zalen die zich afspelen op de uitgebreide Mongoolse vlaktes. Kinderen zijn er dol op.
Vlaamse filmpjes
Wat te vertellen over de Vlaamse films van 2006? Na Verlengd Weekend vorig jaar, schopten nog producten uit de VTM-reeks Fait Divers het tot in de cinema: Dennis van Rita en De Hel van Tanger. Dat bleek een sterke film met een nog sterkere acteur in de hoofdrol: Filip Peeters zorgde voor een onvergetelijke prestatie. We willen meer van dat sterk Vlaams drama in de bioscoop. Het zaterdagse popcornpubliek was wild van Windkracht 10: Koksijde Rescue, de eerste grote Vlaamse blockbuster. Wat heet: de prent ging roemloos ten onder aan bijna bespottelijke grootheidswaanzin. Mooie beelden zorgen niet noodzakelijk voor een mooie film.
Driewerf helaas voor Hans Herbots.
Dat geldt ook voor Guido Henderickx die zijn prestigieuze vijfdelige tv-reeks Koning van de Wereld verknipte tot een beschamende verzameling losse scènes en zo de cinema ingooide. De beste Vlaamse film van het jaar is volgens de meeste critici Vidange Perdue, de laatste uit de eerste reeks Fait Divers films. Hopen maar dat het in 2007 beter wordt met alvast veelbelovende projecten als Ex Drummer van Koen Mortier, Ben X van Nic Balthazar en Dagen zonder lief van Felix van Groeningen. Vlaanderen heeft nood aan angry young men and women, zoals Pierre Drouot, filmintendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds, het onlangs in Filmmagie nog verwoordde. Voor vernieuwing, durf en lef is geen groot budget nodig.
Alles bij elkaar was 2006 een sterk, goed en mooi filmjaar. Dat blijkt wel uit de reacties die we van onze recensenten kregen bij het samenstellen van hun persoonlijke top-10. Voor een recensie, interview of artikel zitten zij niet verlegen, maar de top-10 bleek een ander paar mouwen. Sommigen moesten twintig of dertig écht straffe films toch in een top-10 proberen te wringen. Al die films kunnen ook niet in één jaaroverzicht. Onvergetelijke films als de komedie Little Miss Sunshine, de Süskindverfilming Perfume, het sterke maar commercieel genegeerde Tristan + Isolde of het ongenadige Hard Candy zijn door de mazen van het net geglipt, maar verdienen alle wierook. Exit 2006. We verlaten het jaar zonder spijt en met mooie herinneringen. We hopen dat 2007 even mooi wordt: een jaar vol subtiele fluister en ongenadig lawaai. Aan iedereen: Good Night, Good Luck and Happy New Year!